Posts Tagged ‘serotonine’

Tip 7: Hoe is het gesteld met jouw eetlust?/Deel 2

// augustus 15th, 2012 // No Comments » // Geen categorie

In deel 1 van dit blogonderwerp behandelde ik globaal hoe onze eetlust wordt gereguleerd. Daarbij kwam naar voren dat onze eetlust op verschillende niveaus in ons lichaam wordt gereguleerd door een uiterst complex samenspel van enzymen, hormonen, neurotransmitters en andere boodschappers (hierna te noemen: peptiden) die in de hersenen (zowel in het centraal als in het autonoom zenuwstelsel), het spijsverteringskanaal en in de onderhuidse vet massa worden afgegeven. Ook kwam naar voren dat de hypothalamus één van de belangrijkste organen is die de door peptiden geïnduceerde honger- en verzadigingssignalen coördineert. In dit tweede deel  behandel ik de meest bekende ziektebeelden die samenhangen met een ernstig verstoorde eetlust en in deel 3 van dit blogonderwerp geef ik tips hoe je naar een gezonde en verantwoorde eetlust toe kunt werken. Voordat ik verder ga wil ik er op wijzen dat dit blog is bedoeld voor educatieve doeleinden. Bij enige ongerustheid wil ik je aanraden de stap te zetten om een medicus (bijv. de huisarts) raad te plegen, want hij/zij is de enige die een diagnose mag/kan stellen. Deze stap zal uiteindelijk uitsluitsel moeten geven of er nu wel of niet sprake is van een ernstig verstoring van de eetlustregulatie en waar dit mee samenhangt. Hieruit volgt mogelijk een behandelplan met eventuele medicatie.

Bekende ziektebeelden die samenhangen met een verstoorde regulatie van de eetlust >>>

 

Bij het nastreven van gezondheids- en schoonheidsdoelen speelt de regulatie van onze eetlust vanzelfsprekend een belangrijke rol. Het zal je niet verbazen dat bij mensen met ernstig ondergewicht de eetlust vaak laag is en bij mensen met overgewicht de eetlust vaak hoog is. Mensen met een te lage of juist een te hoge eetlust staan voor de uitdaging om in het kader van hun gezondheids- en wellicht schoonheidsdoel toe te werken naar een verbeterde regulatie van hun eetlust. Voor hen is het verstandig om te achterhalen waar de kink in de kabel zit en wat ze daar aan kunnen doen! Soms is de kink dermate groot dat je kunt spreken van een ziektebeeld. De meest genoemde algemene ziektebeelden die samenhangen met een ernstig verstoorde eetlust zijn:

  • Anorexia nervosa;
  • Boulimia nervosa;
  • Binge eating disorder;
  • Compulsive overeating.

Hieronder volgt een korte uiteenzetting van elk van de bovengenoemde ziektebeelden.

Anorexia nervosa >>>

 

Net zoals elk ander ziektebeeld kun je bij anorexia nervosa ook onderscheid maken in verschillende gradaties. Anorexia nervosa komt in alle demografische lagen voor, maar voornamelijk bij jongere vrouwen. Patiënten met anorexia eten zeer weinig, maken geregeld gebruik van laxeermiddelen en sporten meestal obsessief veel om maar zoveel mogelijk af te kunnen vallen. Over het algemeen worden er bij patiënten met anorexia buitensporig lage concentraties van leptine in hun bloedsomloop gemeten. Het ghreline gehalte in hun bloedsomloop is daarentegen buitensporig hoog. Op den duur zijn honger en emotie regulerende peptiden (onderling) zodanig uit balans dat patiënten nauwelijks nog in staat zijn om iets te kunnen eten. Een verkeerd zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen worden het vaakst benoemd als oorzaken van het ontstaan van anorexia nervosa. Het slank zijn wekt een “goed gevoel over jezelf hebben” op. Kenmerkend is dat de patiënten met anorexia geleidelijk aan steeds meer gewicht kwijtraken. Dit kan desastreuse gevolgen hebben voor het basaal metabolisme en de werking van vitale organen met mogelijk fatale afloop.

Boulimia nervosa >>>

 

Patiënten met boulimia nervosa ervaren regelmatig ongecontroleerde zogenoemde “vreetbuien” waarna ze geheel bewust direct datgene wat ze net hebben gegeten uit hun systeem willen krijgen met name door middel van braken. Echter laxeermiddelen, vasten en obsessief veel sporten behoren ook tot de mogelijkheden om dit te bewerkstelligen. De reden voor bovengenoemde acties, is dat patiënten angst hebben om onder invloed van de vreetbuien aan te komen in gewicht. Ook is het heel goed mogelijk dat ze een verkeerd zelfbeeld hebben en dat ze een bepaald schoonheidsideaal willen voldoen. Kenmerkend aan boulimia nervosa is dat patiënten tijdens de vreetbuien geen enkele zogenoemde “rem” ervaren. Over het algemeen worden er net als bij patiënten met anorexia bij patiënten met boulimia buitensporig lage concentraties van leptine in hun bloedsomloop gemeten. Het ghreline gehalte in de bloedsomloop is in tegenstelling tot anorexiapatiënten bij boulimia patiënten uitzonderlijk laag. Net als patiënten met anorexia raken patienten met bulimia op den duur vaak meer en meer gewicht kwijt met mogelijk dezelfde desastreuse fatale gevolgen.

Binge eating disorder >>>

 

Een patiënt met “binge eating disorder” komt in veel aspecten overeen met een boulimia patiënt. Gedreven door bepaalde specifieke schuldgevoelens en/of minderwaardigheid gevoelens onderwerpt de patiënt zich op zeer regelmatige basis aan ongecontroleerde vreetbuien. Achteraf heeft de patiënt spijt van deze vreetbuien. Het grote verschil is dat ze in tegenstelling tot boulimia patiënten geen pogingen ondernemen om hun vreetbuien ongedaan te maken. Het gevolg op de lange termijn kan zijn dat de patiënt een verhoogd risico heeft op welvaartsziekten als obesitas, diabetes, hart en vaatziekten, osteoporose en kanker. Iedereen heeft op z’n minst wel eens één keer een vreet bui gehad. Het mag duidelijk zijn dat een medicus op basis van regelmatige vreetbuien op dagelijkse basis mag vermoeden dat er mogelijk sprake is van een binge eating disorder. Eventueel poliklinisch onderzoek kan hier uitsluitsel over geven.

Compulsive overeating >>>

 

Compulsive betekent “dwangmatig”. Patiënten die in de categorie “compulsive overeating” vallen, ervaren een non-stop obsessieve en dwangmatige gedachtegang over voeding. De oorzaak hiervoor ligt besloten in afwijkingen in bepaalde hersencircuits. De gehele dag door staat hun focus afgesteld op voedsel. Wat gaan ze straks eten, wat morgen, hoe gaan ze dat plannen, hoe gaan ze dat samenstellen, wat proef ik nu allemaal, etc. Deze groep eet niet zozeer hele grote hoeveelheden per keer, maar juist veel ‘normale” porties die elkaar hele dag door kort opvolgen. Hierdoor overschrijden ze al snel op drastische wijze de dagelijkse caloriebehoefte. Deze patiënten ontwikkelen vaak een laag zelfbeeld en hebben op de lange termijn een verhoogd risico op welvaartsziekten als obesitas, diabetes, hart en vaatziekten, osteoporose en kanker.

Eetstoornissen: een kwestie van ontregelde peptiden of speelt er meer? >>>

 

In principe is het reguleren van de eetlust een klus die gewoonlijk via het betreffende homeostatische systeem wordt geklaard. Onder een homeostatisch systeem verstaan we in dit geval een lichamelijke controlesysteem dat erop gericht is om het lichaamsgewicht te handhaven door via biochemische signaalpaden de hersenen op gezette tijden te prikkelen om actie te ondernemen om adequaat aan de energiebehoefte te kunnen voldoen. Ik laat daarbij eventuele genetische afwijkingen in de peptiden die honger en verzadiging moeten reguleren buiten beschouwing.

In het geval van bijvoorbeeld een ernstig mentaal trauma (fysiek misbruik, verkeerd zelfbeeld, etc.) is het heel goed mogelijk dat het homeostatisch controle systeem overruled wordt door een systeem dat onderhavig is aan emoties; namelijk de cortex cingularis anterior in de hersenen. De cortex cingularis anterior (waaronder o.a. de insula en de nucleus accumbens) is o.a. betrokken bij de koppeling van emoties (bijv. het gevoel van beloning) aan bepaalde prikkelsensaties. Daar waar de insula o.a. betrokken is bij het linken van smaak aan beloning, worden er bij het stimuleren van de nucleus accumbens o.a. hogere concentraties dopamine (“feel good” peptide) vrij gemaakt in de hersenen. Bij anorexia kunnen bijvoorbeeld alle sensaties die samenhangen met “vasten” (o.a. een hongergevoel) juist een beloningscircuit activeren (vrijmaken van “feel good” peptiden) dat de patiënt een goed gevoel (over zichzelf) geeft en dat hongersignalen onderdrukt. Zodoende kan de drang om telkens een beloningscircuit en de daarbij betrokken “feel good” peptiden te activeren groter zijn dan de drang om gehoor te geven aan de biochemische signalen die de honger en verzadiging moeten reguleren. Sterker nog: de hersenen van sommige mensen kunnen zo gevoelig zijn voor die zogenoemde “feel good” peptiden dat er een verslavende werking optreedt. Het stelselmatig overrulen van het bij eetlustregulatie betrokken homeostatisch controle systeem kan er op den duur toe leiden dat de peptiden die honger, verzadiging en emoties moeten reguleren, onderling ernstig uit balans raken. Receptor ongevoeligheid en te hoge of juist te lage waarden van de betreffende peptiden zijn daarbij geen uitzondering.

 

Andere bij emoties betrokken peptiden die een belangrijke invloed uitoefenen op de regulatie van de eetlust zijn adrenaline, noradrenaline, serotonine en melatonine, waarvan serotonine in het bijzonder.

80% van de serotonine in het menselijk lichaam bevindt zich in het maag darmkanaal. Hier draagt deze neurotransmitter bij aan het reguleren van de afgifte van o.a. maagsappen en stimuleert het de peristaltische werking van spierweefsel in de darmen. Slechts 2% van de serotoninehoeveelheid bevindt zich in de hersenen. In de hersenen speelt serotonine o.a. een belangrijke rol bij verzadigingsmechanismen, relaxatie en controle over dierlijke impulsen. Daar waar neurotransmitters zoals dopamine, noradrenaline een opwekkende werking hebben, heeft serotonine dus juist een kalmerende werking.

Hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen is dus sterk afhankelijk van de beschikbaarheid en opnamecapaciteit van serotonine in de receptorgebieden. Maar dit geldt ook andersom. Stel we kiezen bewust voor een voedingspatroon waarbij we overwegend koolhydraten en zeer weinig (dierlijke) eiwitten consumeren. Daar eiwitten belangrijke bouwstenen zijn van o.a. neurotransmitters en dus ook die van serotonine, is het belangrijk dat onze dagelijkse voeding voldoende eiwitten bevat. Een tekort aan eiwitten in de voeding kan al op de korte termijn leiden tot een tekort aan serotonine. Een mogelijk gevolg van de daling van de serotonineproductie is dat er onvoldoende melatonine (slaaphormoon en krachtig antioxidant) gevormd kan worden. Hierdoor zal hoogstwaarschijnlijk de kwaliteit van onze nachtrust naar beneden gaan. Van de andere kant benaderd: een verhoogd cortisol niveau dat veroorzaakt wordt door bewuste “sabotage” van de nachtrust (stelselmatig te laat naar bed gaan) kan de insulinespiegel verhogen en een flink aantal neurotransmitters (vooral serotonine) ontregelen. Een combinatie van een verhoogde insulinespiegel en een laag serotonineniveau in de receptorgebieden kan dan leiden tot een ongecontroleerde verhoogde drang naar suikers (koolhydraten).

Als serotonine niet in voldoende mate opgenomen wordt in de diverse receptorgebieden, hetzij door (te) lage serotoninewaarden (bijvoorbeeld door een genetische afwijkingen of door een ontstane eetstoornis), hetzij door receptorongevoeligheid/blokkade, kan uiteindelijk de eetlust respectievelijk drastisch toenemen of afnemen. Bij een laag serotonine niveau in de hersenen is het mogelijk dat er een grote (verslavende) drang naar koolhydraten (met name die met een hoge glycemische index) en de neiging tot overeten ontstaat. Een te laag serotonine niveau in de hersenen leidt ook vaak tot een verminderde afgifte van endorfinen, waardoor de pijndrempel omlaag gaat. Hoofdpijnen kunnen hier o.a. een gevolg van zijn.

De motivatie om biochemische signalen “vrijwillig” te onderdrukken >>>

 

Stel je hebt een verstoorde regulatie van de eetlust. In hoeverre kun je vrijwillig op verantwoorde wijze honger- en verzadigingssignalen onderdrukken om zo jouw schoonheids- en gezondheidsdoelen te kunnen bereiken? Is het simpelweg een kwestie van zelfmotivatie of ben je overgeleverd aan biochemische processen die op onbewust niveau in de hersenen plaatsvinden? Wat zal er gebeuren wanneer je een onverzadigbare eetlust hebt? Is die beslissing om weer een paar pizza’s en appeltaartpunten te eten dan al op onbewust niveau gemaakt? Is jouw mars naar o.a. de pizzeria onvermijdelijk? Ook in een situatie waarin je diverse signalen ontvangt uit een omgeving die juist afwijzend tegenover dit gedrag staat?; bijvoorbeeld de huisarts die zegt dat het belangrijk is dat je jouw gewicht moet gaan verlagen. Hetzelfde kun je denken bij iemand die een hele lage eetlust heeft. Onderzoek naar de complexe werking van onze hersenen heeft de afgelopen jaren een rappe groei in nieuwe inzichten opgeleverd. Zo zijn er diverse wetenschappelijke experimenten verricht waaruit geconcludeerd kan worden dat er al vanaf onze jonge levensjaren niet echt meer sprake meer is van een “vrije wil”. Veel wetenschappers zijn het er tegenwoordig ook over eens dat de zogenoemde “vrije wil” een illusie is.

Het mag duidelijk zijn dat verantwoord gezond afvallen of juist in gewicht aankomen niet altijd een kwestie is van gewoon “willen”. Ik denk overigens wel dat er niet veel mensen zijn die hun gezondheid moedwillig in gevaar “willen” brengen. Overgeleverd aan de grillige biochemische processen op onbewust niveau zal hun zelfbewustzijn er alles aan doen om met allerlei excuses hun onverantwoorde en ongezonde voedingsgedrag proberen te rechtvaardigen. Ook al eten ze drie rijsttafels achter elkaar; ze hebben helemaal niet veel gegeten; immers, ze hebben nòg steeds honger! Hoe dan ook het is de vraag welke onbewuste “wil” sterker is: de onbewuste “eetlust wil” of de “wil” om gezonder te (blijven) leven.

Je leest dit blog waarschijnlijk omdat je geïnteresseerd bent in alles wat met de regulatie van de eetlust samenhangt. De kans is bovendien zeer groot dat je geïnteresseerd bent om extra spiermassa op te bouwen en/of om (extra) vet massa te verbranden. Als we er vanuit gaan dat vrije wil niet bestaat, heb je de keuze om massa (spieren of vet) op te bouwen of  om massa te verliezen als doel te stellen dus al op onbewust niveau gemaakt. Maar betekent dit dat je automatisch jouw doel daadwerkelijk zal bereiken? Jouw wilskracht zal hierbij de beslissende factor spelen. De internationaal befaamd hersenonderzoeker Dick Swaab heeft een zeer interessant boek geschreven over de globale werking van ons brein (Wij zijn ons Brein, ISBN 978 90 254 3914 9). In dit boek behandelt hij de ontwikkeling van ons brein van de geboorte tot en met de dood. Ook komt het begrip “vrije wil” uitgebreid ter sprake. Als je hem nog niet gelezen hebt…een aanrader! Ik zelf vind de hersenen een buitengewoon fascinerend orgaan. Ik ben altijd op zoek naar meer informatie over hoe het menselijk brein functioneert. Ik ben inmiddels redelijk overtuigd dat vrije wil niet bestaat. Wel ben ik van mening dat we onze wilskracht kunnen beïnvloeden; lees versterken. En met die aan kracht toenemende wilskracht kunnen we indien nodig de signalen van honger en verzadiging onderdrukken. Meer hierover in het derde en laatste deel van dit blogonderwerp.

Samenvattend >>>

 

Onder invloed van ernstige afwijkingen in de (onderlinge) concentratie van de bovengenoemde bij eetlustregulatie en emoties betrokken peptiden gaan we juist meer of juist minder eten en kan onze voorkeur voor bepaalde macronutriënten (eiwitten, vetten en koolhydraten) veranderen. De hoogte van de concentratie van bovengenoemde peptiden is sterk afhankelijk van de (welvaarts)stressoren die we zowel op de korte als op de lange termijn ervaren en van onze verlangens en neigingen om toe te geven aan bepaalde bevredigingsmechanismen (beloning circuits). Hoe dan ook, alles lijkt erop te wijzen dat het reguleren van de eetlust niet alleen afhangt van direct betrokken honger regulerende peptiden maar ook van de beloning circuits in de hersenen. Het handhaven van een gezonde en verantwoorde regulatie van de eetlust is dus niet zomaar een kwestie van gewoon “willen”. Wel staat vast dat het in de hersenen is waar uiteindelijk de beslissing wordt gemaakt om te vasten, te eten of te overeten. Hetzij op onbewust, hetzij op bewust niveau.

 

Bedankt voor het lezen van mijn blog. Ik stel het erg op prijs als je jouw mening en ervaringen met betrekking tot het blogonderwerp wilt delen. Reageer direct op dit blog op de website of via mijn andere social media kanalen. Uiteraard stel ik het erg op prijs wanneer je mij via de social media volgt. Tot de volgende keer!
    

 

Met vriendelijke groet,

 

Robert Schoot, CSCS

NSCA-Certified Strength and Conditioning Specialist, Fitness Trainer en Lifestyle Coach

 

Navigeer hier gemakkelijk naar mijn andere MUST READ TIPS >>>

Tip 6: Hoe is het gesteld met jouw eetlust?/Deel 1

// juli 6th, 2012 // No Comments » // Geen categorie

In dit blog licht ik globaal toe hoe onze eetlust wordt gereguleerd. In deel 2 van dit blogonderwerp dat in augustus 2012 wordt gepost, behandel ik de meest bekende ziektebeelden (die te maken hebben met een verstoorde eetlust) en in deel 3 dat in september 2012 wordt gepost, geef ik tips hoe je naar een gezonde en verantwoorde eetlust toe kunt werken.

Hoe wordt onze eetlust gereguleerd? >>>

 

Onze eetlust wordt op verschillende niveaus in ons lichaam gereguleerd door een uiterst complex samenspel van enzymen, hormonen, neurotransmitters en andere boodschappers die in de hersenen (centraal en autonoom zenuwstelsel), het spijsverteringskanaal en in de onderhuidse vet massa worden afgegeven. Één van de belangrijkste organen die dit samenspel coördineert is de hypothalamus. De Hypothalamus bevindt zich in de hersenen en houdt zich met name bezig met de organisatie van gedragingen (neurologisch verkeer in diverse hersencircuits en aansturing van organen) die zorgen voor de overleving van het individu en het soort.

Hongergevoel zet aan tot het zoeken naar voedsel. In de loop van de geschiedenis zijn er langdurige periodes van voedselschaarste geweest. Het opslaan van extra calorieën was toen een goede overlevingsstrategie. Je zou je af kunnen vragen waarom we ook over een verzadigingsmechanisme beschikken. Er zijn een aantal zeer aannemelijke theorieën. Zo zou je kunnen stellen dat we dankzij het verzadigingsmechanisme niet de hele dag door naar voedsel hoeven te zoeken, waardoor we tijd overhouden voor de voortplanting. Ook zou je kunnen stellen dat een uitgedijd lichaam de mobiliteit en fitheid ernstig beperken, waardoor we o.a. minder weerbaar zijn tegen bedreigingen.

Wetenschappers zijn al jaren bezig om de geheimen van de regulatie van onze eetlust te doorgronden. Eén ding is zeker: de regulatie van de eetlust vindt hoofdzakelijk op onbewust niveau in onze hersenen plaats. Daar onze hersenen worden gevormd door het principe van nature en nurture, verschilt dus ook de regulatie van de eetlust per persoon. Een verstoring op de lange en of korte termijn in bepaalde hersencircuits door bijvoorbeeld aangeboren hersenletsel, mentaal of fysiek trauma, distress, eustress, etc. kan een negatief effect hebben op de regulatie van de eetlust.

Wanneer kun je spreken van een gezonde en verantwoorde eetlust? >>>

 

Een gezonde en verantwoorde eetlust zou je naar mijn mening kunnen koppelen aan het vermogen om adequaat aan de caloriebehoefte (energiebehoefte) van het lichaam te voldoen. In een periode van een aantal weken waarin je structureel véél te weinig calorieën binnenkrijgt dan dat je lichaam nodig heeft, verlies je al snel vet massa en mogelijk ook spiermassa. Als deze tekorten te lang aanhouden, is de kans groot dat je hormonaal uit balans raakt en dat je lichaam zichzelf uiteindelijk in bescherming gaat nemen door middel van het verlagen van de stofwisseling.

Andersom zal je tijdens een periode van een aantal weken waarin het lichaam structureel véél meer calorieën binnenkrijgt dan dat het nodig heeft al snel vet massa en/of spiermassa opbouwen en is de kans groot dat je op den duur ook hormonaal uit balans raakt.

In een situatie waarin een periode van caloriebeperking wordt opgevolgd door een periode van stelselmatig “over” eten, zoals bijna altijd het geval is na een crash dieet, zal je lichaam nog sneller dan voorheen aanzetten in vet massa; dit fenomeen wordt het “jo-jo” effect genoemd.

Als je hersenen op de lange termijn  onder invloed van honger en verzadigingssignalen jouw lichaam succesvol blijven aanzetten tot actie om ervoor te zorgen dat er niet veel meer en niet veel minder calorieën binnen komen dan nodig, zou je naar mijn mening kunnen spreken van een gezonde en verantwoorde eetlust. Hier dien ik wel aan toe te voegen dat er dan geen sprake mag zijn van onder- of overgewicht* en dat ik met betrekking tot calorieën uit ga van verantwoorde calorieën; lees gezonde en voedzame levensmiddelen. Heel simpel: 400 calorieën aan fastfood verschilt totaal van 400 calorieën aan groenten en gevogelte.

* overgewicht veroorzaakt door een te hoog vetpercentage

 

Welke boodschappers spelen een rol bij het temmen van het hongergevoel? >>>

 

Leptine beïnvloedt net als insuline de eetlust via de hypothalamus op de lange termijn. De leptine waarden stijgen met name wanneer onderhuidse vet massa toeneemt. Leptine is het hormoon dat een gevoel van verzadiging schept dat ons hongergevoel verlaagd en ervoor zorgt dat het ghreline niveau daalt. Leptine geeft signalen aan de hersenen om vet op te slaan of te verbranden. Regelmatig vasten of caloriebeperking kan de gevoeligheid voor leptine aantasten. Dit kan leiden tot een versterkt hongergevoel, onbedwingbare trek en een gebrek aan energie. Voorzichtigheid is dus geboden bij het vasten op de lange termijn daar het dus o.a. kan leiden tot ongecontroleerde vreetbuien.

Mensen met overgewicht hebben vaak een te hoog gehalte aan leptine in de bloedsomloop en zijn vaak immuun voor de effecten van leptine. Hierdoor raken ze moeilijk verzadigd. Mensen met anorexia nervosa of met bulimia nervosa hebben over het algemeen juist een buitensporig lage concentratie van leptine in hun bloedsomloop. Bij mensen met anorexia nervosa is daarbij het ghreline gehalte abnormaal hoog in hun bloedsomloop. Dit in tegenstelling tot de bloedsomloop van bulimia- of eetbuistoornispatiënten waarin de ghreline waarden abnormaal laag zijn.

Ook de zogenoemde darmhormonen (GLP-1, PYY 3-36 en CCK) geven de hersenen via de bloedbaan het signaal dat er sprake van verzadiging is.

Naast de bovengenoemde boodschappers die een rol spelen bij het verzadigingsmechanisme zijn er ook boodschappers die het hongergevoel kunnen verlagen, waaronder het stresshormoon CRH. Daarnaast zijn er TNFa en interleukins. Dit zijn zogenoemde mediator cellen die niet onder de groep van hormonen en neurotransmitters vallen. Ze maken deel uit van het immuunsysteem. De complexe werking van het immuunsysteem is er met name op gericht om cellen in de zogenoemde targetzone rust te geven, opdat er herstel plaats kan vinden. Dit verklaard waarom ziekte, pijn en of ontstekingsreacties vaak samen gaan met een verminderde eetlust.

Welke boodschappers spelen een rol bij het bevorderen van het hongergevoel? >>>

 

Ghreline is het hormoon dat voornamelijk in de maag wordt afgescheiden wanneer onze energievoorraden beginnen te dalen. Ghreline wordt ook aangemaakt in de hersenen (in de hypothalamus) en het zet de hypofyse aan tot het verhogen van de afgifte van groeihormoon. Tevens speelt ghreline een belangrijke rol in de hippocampus waar het de leervaardigheid stimuleert. Dit zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat we amper 10.000 jaar geleden nog vaak voor de uitdaging stonden om met inventieve oplossingen te komen om onze knagende honger aan te pakken.

Tot slot zijn er de boodschappers dopamine, serotonine en melatonine (slaaphormoon) die een belangrijke rol spelen bij de regulatie van onze eetlust. Onder invloed van de hoogte van de concentratie van deze boodschappers gaan we juist meer of juist minder eten. De hoogte van de concentratie van bovengenoemde boodschappers is sterk afhankelijk van de stress die we ervaren en van onze verlangens om toe te geven aan bepaalde bevredigingsmechanismen (beloning circuits). Meer hierover in deel 2 van dit blogonderwerp.

Het controleren van onze eetlust is niet alleen een kwestie van wilskracht, je bent afhankelijk van de kwaliteit van de betrokken organen, de noodzakelijke productie van de betrokken hormonen en neurotransmitters en de gevoeligheid van de receptoren voor de diverse “honger” hormonen. Ook mogelijke verstoringen in de betrokken (complexe) hersencircuits oefenen onbewust invloed uit op de regulatie van onze eetlust.

Indien je regelmatig problemen ervaart bij de regulatie van de eetlust zou je je af kunnen vragen of het de moeite waard is om een medicus (bijv. de huisarts) raad te plegen over eventueel poliklinisch onderzoek naar o.a. de functie van bepaalde organen en naar diverse waarden van de zogenoemde honger hormonen in jouw lichaam. In het geval van een ernstig verstoorde eetlust is het naar mijn mening beter dat je weet wat er aan de hand is, zodat je je daar op kunt instellen als je een schoonheids- en of gezondheidsdoel nastreeft.

 

Bedankt voor het lezen van mijn blog. Ik stel het erg op prijs als je jouw mening en ervaringen met betrekking tot het blogonderwerp wilt delen. Reageer direct op dit blog op de website of via mijn andere social media kanalen. Uiteraard stel ik het erg op prijs wanneer je mij via de social media volgt. Tot de volgende keer!
    

 

Met vriendelijke groet,

 

Robert Schoot, CSCS

NSCA-Certified Strength and Conditioning Specialist, Fitness Trainer en Lifestyle Coach

 

Navigeer hier gemakkelijk naar mijn andere MUST READ TIPS >>>

Tip 5: Het consumeren van zuivel

// juni 15th, 2012 // No Comments » // Geen categorie

Hallo allemaal!

Ik kan het niet laten om allereerst even één van mijn oude jeugdidolen  aan het woord te laten over “het drinken van koemelk” (een zuivelproduct):

Zo de toon lijkt gezet in dit blog! Echter, het is altijd mijn intentie om je aan te zetten tot het nadenken over wat voor jou functioneel is. En niet om in zijn algemeenheid te zeggen of iets nu wel of niet goed is voor je. Zo ook met consumeren van zuivel. De centrale vraag in dit blog is wat het consumeren van zuivel allemaal voor effecten op de gezondheid en op het uiterlijk kan hebben. Op basis van een uiteenzetting over zuivel kun jij gemakkelijker bepalen of het zinvol is om afhankelijk van jouw gezondheid- en schoonheidsdoel zuivel in jouw voedingsschema te betrekken.

Sinds de jaren 90 neemt het aantal onderzoeken naar de gevolgen van zuivelconsumptie – met name koemelk – toe. Veel van deze onderzoeken komen met verontrustende conclusies. Het in grote aantallen consumeren van koemelk en van koemelk gemaakte zuivelproducten lijkt de kans op diverse welvaartsziektes zoals o.a. de ziekte van Parkinson, osteoporose en kanker juist te verhogen. Uiteraard zal het niemand tegenwoordig verbazen dat we hierover onder invloed van politiek economische belangen nog steeds verkeerd voorgelicht worden. Ik ben echter niet de persoon die hierover gaat zeuren. Ik zou zeggen; neem controle over je eigen leven, ga op ontdekkingsreis en wees kritisch!

In het kader van een gezondheidsdoel zou je je af kunnen vragen of je überhaupt nog wel zuivelproducten moet consumeren. Veel zuivelproducten worden namelijk van koemelk gemaakt: kwark, yoghurt, boter, slagroom, kaas, etc. En als we dan al vraagtekens zetten bij het effect van zuivelconsumptie op onze gezondheid wat voor effect kan de consumptie van zuivel dan eigenlijk op het uiterlijk hebben? Hieronder zal ik daar middels een uiteenzetting over zuivel meer duidelijkheid over geven.

Wat zit er in zuivel en wat zijn de ongemakken die het kan veroorzaken? >>>

 

Als we aan koemelk (zuivel) denken, denken we aan calcium. Zoals we weten is het belangrijk dat we dagelijkse een bepaalde hoeveelheid calcium uit onze voeding halen. Echter, bij de meeste mensen neemt het lichaam nauwelijks calcium op uit de koemelk*. Om toch calcium uit je dagelijkse voeding te kunnen halen, kun je je beter richten op groenten. Het lichaam is goed in staat om calcium uit groenten op te nemen. Vooral boerenkool en broccoli blijken groenten te zijn met een hoog calciumgehalte.

Met betrekking tot calcium in koemelk, wordt er onderscheid gemaakt in zogenoemde organische calciumverbindingen en in anorganische calciumverbindingen (calciumcarbonaat en calciumfosfaat). De anorganische calciumverbindingen zorgen ervoor dat het maagzuur minder zuur wordt, waardoor de geconsumeerde voeding niet goed wordt afgebroken in de maag. Bovendien is calciumcarbonaat gekoppeld aan caseïne. Caseïne verhindert de reactie van calciumcarbonaat met het maagzuur. Op die manier komt het plakkerige caseïne onafgebroken in de darmen terecht. De caseïne blijft plakken aan de darmwand en verhindert hiermee de opname van voedingstoffen uit andere bestandsdelen in de darmen.  De kans is groot dat er hierdoor een rottingsproces in de darmen op gang komt. Het spijsverteringskanaal raakt gestrest en dit leidt meestal tot een opgeblazen buik. Indien het spijsverteringskanaal vaak van slag is, kan er ongewenst ook een stressrespons op gang komen, waardoor het lichaam overmatig cortisol gaat produceren. Dit is zeer ongewenst. 

De meeste zuivelproducten bevatten ook veel lactose (melksuiker). Lactose moet met behulp van het enzym lactase in de darmen afgebroken worden tot o.a. glucose. Dit kan ongewenst de insulinespiegel verhogen; vooral bij mensen die streven naar het uitbalanceren van de insulinespiegel t.b.v. stimuleren van een beter werkend metabolisme. Indien men weinig van het enzym lactase in de darmen heeft (lactose-intolerantie), kan lactose nauwelijks afgebroken worden, waardoor er ook spijsverteringskanaal problemen kunnen ontstaan.

Naast de zwaargewichten caseïne en lactose bevat koemelk ook andere voedingstoffen die op de lange termijn een schadelijk effect kunnen hebben op de gezondheid en nadelige gevolgen voor het uiterlijk. Zo kan het hormoon progesteron uit de koemelk zorgen voor allergische reacties op de huid (eczeem). Ook bevat melk veel zout, waardoor je mogelijk onderhuids vocht kunt vasthouden (als je hier gevoelig voor bent); de huid krijgt een “papperige” look. Niet ideaal als je streeft naar bijvoorbeeld een strakke “Summerlook”!

*Uit onderzoek blijkt dat er zo’n 10.000 jaar geleden bij een aantal menselijke rassen een fysiologische verandering heeft voortgedaan, waardoor ze koemelk (zuivel) beter konden verwerken. Echter, de meeste mensen kunnen vandaag de dag koemelk (zuivel) nog steeds niet goed verwerken en krijgen vaak last van immunologische klachten; zelf hebben ze overigens vaak niet door dat dit met de consumptie van zuivel te maken heeft! Hoe je het nu wendt of keert: wij zijn geen koeien, we hebben niet vier magen!

De keerzijde van de medaille >>>

 

Naast de negatieve effecten, kan gematigde consumptie van zuivel (met name gefermenteerde zuivel) positieve effecten op de gezondheid van de darmen hebben. Fermentatie is een proces waarbij “goede bacteriën” worden toegevoegd aan de koemelk (aanzuren van de zuivel). De koemelk krijgt hierdoor een andere dikte en een andere smaak. De goede bacteriën kunnen een gunstig effect hebben op de kwaliteit van de darmflora. Uiteraard moet je er niet “te” veel van binnenkrijgen! Indien je omwille van het ondersteunen van de darmflora en het invullen van de dagelijkse eiwitbehoefte zuivel wilt consumeren kun je het beste voor de gefermenteerde “koezuivelproducten”, zoals magere kwark en hüttenkäse, kiezen. Ook zuivelproducten afkomstig van de geit geven minder immunologische klachten en zijn gemakkelijker verteerbaar.

Hoe sta ik als Personal Trainer en Lifestyle coach tegenover zuivel? >>>

 

In slechts weinige gevallen adviseer ik een cliënt om de consumptie van zuivel op te voeren. Met name als we in een fase van spieropbouw zitten (en de conditie van de huid er op dat moment niet veel toe doet; papperig zacht met geen vasculariteit en zeer weinig spierdefinitie vs. het vaak gewenste: strak met hoge vasculariteit en spierdefinitie), adviseer ik om voor de afwisseling in het dagmenu en/of in het geval van vegetarisme de eiwitrijke bronnen aan te vullen met gedoogde zuivelproducten zoals magere kwark en hüttenkäse.

Met het oog op gezondheid en met name schoonheid adviseer ik mijn cliënten dus bijna altijd om het gebruik van zuivel in hun voedingsprogramma zoveel mogelijk te matigen en het liefst te mijden. Overigens moet ik daarbij vermelden dat ik niet geloof dat je van één of twee glazen koemelk in de week meer kans hebt op een nare welvaartziekte. Zelf geloof ik meer in het: “overal waar “te” voor staat is niet goed” – principe.

Nieuwsgierig wat er met jouw uiterlijk gebeurt als jij zuivel uit je voedingsprogramma verwijdert? Ik zou zeggen: probeer het maar eens twee weken en kijk maar wat er gebeurt. De spiegel is de graadmeter!

 

Bedankt voor het lezen van mijn blog. Ik stel het erg op prijs als je jouw mening en ervaringen met betrekking tot het blogonderwerp wilt delen. Reageer direct op dit blog op de website of via mijn andere social media kanalen. Uiteraard stel ik het erg op prijs wanneer je mij via de social media volgt. Tot de volgende keer!
    

 

Met vriendelijke groet,

 

Robert Schoot, CSCS

NSCA-Certified Strength and Conditioning Specialist, Fitness Trainer en Lifestyle Coach

 

Navigeer hier gemakkelijk naar mijn andere MUST READ TIPS >>>

Tip 4: Stay cool under pressure!

// mei 15th, 2012 // No Comments » // Geen categorie

Stress wordt in het algemeen omschreven als een verstoring van de natuurlijke balans van hormonen en neurotransmitters. Een specifieke stressor kan door mensen op verschillende niveaus in het lichaam op verschillende manieren worden waargenomen. Daar waar de één deze stressor als een uitdaging waarneemt, ziet de ander hem als een bedreiging. Stress als fenomeen, zou je daarom kunnen beschouwen als een continuüm dat aan de ene kant begrensd wordt door het zogenoemde fenomeen “eustress” (positieve stress) en aan de andere kant door het zogenoemde fenomeen “distress” (negatieve stress). Ik zeg er wel even bij dat de bovengenoemde termen werden geïntroduceerd door wijlen wetenschapper Hans Seyle.

Voor het gemak verdeel ik de diverse specifieke stressoren in twee groepen onder, te weten:

  1. Fysiek georiënteerde stressoren
  2. Mentaal georiënteerde stressoren

Welke specifieke stressoren nu juist negatief en welke positief zijn, laat ik in het midden. Nogmaals: wat de één als een uitdaging ziet, ziet de ander als een bedreiging. De perceptie is leidend!

De stressrespons is de reactie van het lichaam op een stressor die we als negatief ervaren. Dit gaat gepaard met een verhoogde fysiologische activiteit (alertheid/verhoogd bewustzijn), ook wel arousel genoemd. Arousel komt voor in verschillende toestanden die meetbaar gemaakt kunnen worden met het registreren van de hersengolven. Grofweg maken we onderscheid in de volgende lagen van arousel:

  • Lage arousel (slaperigheid; alfa ritme);
  • Gemiddelde arousel (waakstand / ontspannen);
  • Verhoogde arousel (overmatige stressbeleving, opwinding, angstigheid; bèta ritme).

Afhankelijk van hoe goed iemand met stress om kan gaan, heeft arousel invloed op de prestatie op zowel fysiek als mentaal niveau.

 

 

 

 

 

 

Onder invloed van positieve stressoren (eustress) ervaren we een positieve gevoelens en geraken onze hersenen in een optimale staat van arousel. Zogenoemde positieve neurotransmitters als dopamine, endorfine, noradrenaline en serotonine geven ons dan een goed gevoel. Bijvoorbeeld het winnen van een sportwedstrijd of het gevoel van verliefdheid. Een te hoge arousel kan wel ons bewustzijn en onze waarneming vertroebelen.

Onder invloed van negatieve stressoren (distress) kan dezelfde mate van arousel onze alertheid verhogen en/of onze life-saver zijn in levensbedreigende situaties. Dit doet het lichaam door te reageren met een stressrespons. Allereerst volgt er een snelle actie van het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel. Deze geeft een direct signaal af aan het bijniermerg om adrenaline en noradrenaline vrij te maken. Dit zorgt ervoor dat de bloedvaten vernauwen, de bloeddruk stijgt en het hart sneller gaat pompen. De pupillen worden groter voor meer lichtinval en dus een betere waarneming en de spijsvertering wordt stilgelegd. Op die manier stijgt de alertheid en krijgen de spiercellen alle benodigde zuurstof voor de energiesystemen die de spiercontracties mogelijk maken om aan de bedreiging te ontkomen.

Bij de tweede langzamere respons worden via de hypothalamus neurotransmitters uitgezonden die de boodschap aan de bijnierschors verkondigen om via diverse biochemische processen cortisol te produceren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer de stressrespons te lang aanhoudt, stijgen al snel de spiegels van cortisol en adrenaline. De langdurig verhoogde spiegels van cortisol en adrenaline beschadigen de verschillende lichaamscellen, kunnen resistentie in de hand werken (hormoonongevoeligheid) en hebben een negatief effect op de werking van de schildklier en het limbisch systeem. Stresshormonen beïnvloeden onze hersenen en vice versa. Door nature en nurture leggen mensen complexe sociale gedragspatronen vast in het geheugen. Zintuigelijke informatie wordt door de amygdala – een amandel vormige kern van neuronen dat deel uitmaakt van het limbisch systeem in de hersenen – gekoppeld aan deze opgeslagen complexe sociale gedragspatronen. Zo zijn we geprogrammeerd om te reageren op verschillende situaties. Wanneer we bijvoorbeeld een negatieve emoties zoals het gevoel van onrechtvaardigheid ervaren kan de amygdala een proces in gang zetten waarbij verschillende stoffen onze zogenoemde prefrontale cortex (rationele geest / bewustzijn) blokkeren en een hierdoor een te lange ongewenste stress respons ontlokken; bijv. een verhoogde cortisolspiegel.

Cortisol is een anti-stresshormoon. In tegenstelling tot testosteron en groeihormoon is cortisol een katabool hormoon. Het stelt ons lichaam in staat om met stressvolle situaties om te gaan. Dit doet cortisol door met name specifieke eiwitten uit spiercellen om te zetten in glucose; het verhogen van de glucosespiegel in het bloed. Wanneer er sprake is van een bepaalde vorm van stress, verhoogd cortisol ons energieniveau en ons uithoudingsvermogen en maakt het ons alerter. Kortom een incidentele en functionele verhoging van de cortisolspiegel op de korte termijn, verhoogt het vermogen van het lichaam om beter om te gaan met stress. Een chronisch verhoogde cortisolspiegel leidt echter tot een waslijst van negatieve effecten op het lichaam.

Negatieve effecten chronisch verhoogde cortisolspiegel:

  • Verhoogde insulinespiegel !;
  • (Insuline) resistentie !;
  • Afname van de spiermassa!;
  • Verslechteren (in)slaappatroon !;
  • Hoge bloeddruk;
  • Afname van botmassa;
  • Afname van de huidconditie.

Een chronisch verhoogde cortisolspiegel kan op den duur zelfs leiden tot cortisol resistentie. Wanneer dit gebeurt, zijn we nog verder van huis! Wanneer cortisol resistentie optreedt, zal er door de bijnieren steeds meer cortisol geproduceerd moeten worden om de verschillende (welvaarts)stressoren het hoofd te kunnen blijven bieden. Het gevolg kan zijn dat de bijnieren (die cortisol produceren) uitgeput raken. Deze catastrofe oefent bijna altijd ook weer nadelige effecten uit op met name de schildklierfunctie en het immuunsysteem.

In onze Westerse maatschappij staan de meeste van ons voortdurend bloot aan diverse (welvaarts)stressoren; vanaf het moment dat we wakker worden tot aan het moment dat we onze ogen weer dicht doen voor de volgende nachtrust. De meeste van ons hebben dan ook een bovengemiddeld verhoogde cortisolspiegel. Cortisol heeft daarom (terecht) de reputatie opgebouwd een “slecht” hormoon te zijn. Het is mogelijk om weerbaarheid tegen (welvaarts)stressoren op de bouwen en om zodoende de cortisolspiegel beter te controleren. Ondanks dat distress een negatieve invloed uitoefent op het lichaam kan het toch functioneel zijn dat je hier van tijd tot tijd wat van ervaart. Dit maakt je namelijk weerbaarder tegen stress (verhogen van de stressbestendigheid). Net als bij weerstandstraining kun je stressoren (prikkels) bewust reguleren door op tijd effectieve herstelmomenten in te lassen. De gewenste uitkomst is dat het lichaam zich hersteld op basis van het “super compensatie principe”; de volgende keer is het dus beter bestand tegen eenzelfde negatieve stressbeleving.

Goed, je ervaart zo nu en dan negatieve stress en je weet dat dit jouw doelstelling om de spieropbouwende en vet verbrandende functie van het lichaam te optimaliseren in de weg zit. Hoe kun je de negatieve stressbeleving effectief managen?

Ik onderscheid vijf effectieve stress / relax – ratio management- strategieën:

  • Vergeet multitasking!;
  • Las ontspanningsmomenten en doe ontspanningsoefeningen!;
  • Ga op tijd naar bed!;
  • Doe aan beweging!;
  • Doe af en toe een leverreinigingskuur!

Enkele ontspanningstips:

Het is verstandig om op de werkvloer elke 90 minuten even relaxen. Geef je hersenen de gelegenheid om uit een verhoogde arousel terug te komen in een meer gematigde arousel. Beweeg wat, loop een trap op, haal een glas gezuiverd mineraal water, eet een gezond tussendoortje. Voordat je het tussendoortje naar binnen werkt, strek je de kruin en adem een aantal keer bewust diep in door de neus en langzaam uit door de mond.

Kun je niet ontspannen tijdens jouw vrije tijd omdat je rationale geest overladen met intensieve gedachteprocessen? Het doen van simpele huishoudelijke taken als boodschappen of het huishouden onder begeleiding van een lekker muziekje kan een ongelooflijke ontspannende uitwerking op de hersenen hebben.

Lig je ’s nachts te piekeren? Doe dan een ademhalingsoefening! Plaats daarbij één hand op de buik en één op de flank van de borstkas en adem diep in door de neus waarbij je voelt hoe de flank van de borstkas en de buik uitzetten. Het belangrijkste van het hele ritueel is om vooral langzaam door de mond (langer uitademen dan inademen) uit te ademen tot het moment dat de longen bijna leeg zijn. Mindfullness en “neuro linguïstisch programmeren”  (NLP) blijken ook zeer effectieve methoden te zijn om te kunnen ontspannen. Ik raad je aan om meer over het onderwerp mindfullness en “neuro linguïstisch programmeren”  (NLP) te lezen.

 

Bedankt voor het lezen van mijn blog. Ik stel het erg op prijs als je jouw mening en ervaringen met betrekking tot het blogonderwerp wilt delen. Reageer direct op dit blog op de website of via mijn andere social media kanalen. Uiteraard stel ik het erg op prijs wanneer je mij via de social media volgt. Tot de volgende keer!
    

 

Met vriendelijke groet,

 

Robert Schoot, CSCS

NSCA-Certified Strength and Conditioning Specialist, Fitness Trainer en Lifestyle Coach

 

Navigeer hier gemakkelijk naar mijn andere MUST READ TIPS >>>

WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien